Klant is online en klant is offline
Momenteel is ruim 35 procent van de consumenten een 'cross channel'-koper, dat wil zeggen dat hij zowel in winkels als webshops koopt. Meer dan 10 procent koopt altijd online en bijna 55 procent koopt alleen in fysieke winkels. Dat laatste percentage is in 2015 naar verwachting gedaald tot 37 procent. Het aantal pure online kopers wordt minder dan 9 procent. Ondernemers die zowel offline als online aankoopmogelijkheden bieden, beschikken over de beste toekomstperspectieven: 55 procent van de consumenten wisselt in 2015 telkens tussen deze kanalen bij zijn oriëntatie op en het doen van aankopen. "Het is overduidelijk dat een ondernemer die de beste winkel wil hebben, ook de beste website moet willen hebben," stelt CBW-Mitex-voorzitter Jan Meerman. "Dat hoeft niet per se een webshop te zijn. Het draait uiteindelijk om het hebben van een online relatie met de klant."
Naar verwachting gebruikt in 2015 33 procent van de consumenten de 'cross channel'-mogelijkheid om mobiel af te rekenen in een fysieke winkel. Een zelfde percentage zal mobiel gaan bestellen in een fysieke winkel. Bijna 40 procent van de consumenten verwacht over vier jaar op een merkensite te bestellen en het vervolgens in een winkel af te halen. Ook faciliteiten als internetzuilen in winkels om zo via de winkelsite te kunnen kopen (44 procent) of via de website van een merk (41 procent) worden gewaardeerd. In 2015 zal 45 procent van de consumenten via de winkelsite doorklikken naar de webshop van een merk en zo bestellen. Dit is de online vorm van het shop-in-the-shop model.
Online geplaatste meningen van consumenten over producten en winkels worden steeds belangrijker in de oriëntatiefase. En winkelsites worden aantrekkelijker door er beoordelingen van producten op te plaatsen. Nu staat deze oriëntatiemogelijkheid nog op de derde plaats, na zoekmachines en vergelijkingsites. Voor schoenen geldt overigens al dat winkelsites bij de oriëntatie bovenaan staan. Alles overziend, stelt CBW-Mitex dat de 'cross channel'-uitdagingen voor de branche door intensieve samenwerking tussen fabrikanten en retailers en tussen retailers onderling opgepakt moeten worden. "De individuele schakels in de bedrijfskolom lukt dit niet alleen."
(Vloerenplein/CBW-Mitex, 30-05-2011)











Het lagere btw-tarief op arbeidskosten voor herstel- en vernieuwingswerkzaamheden wordt niet verlengd. Dat heeft de Tweede Kamer gisteren besloten. Het verlaagde btw-tarief van 6 procent (voor onder andere het leggen van vast parket of tapijt) is vorig jaar ingevoerd als tijdelijke crisismaatregel. De regeling is ingegaan op 1 oktober 2010 en loopt af op 1 juli 2011. Kamerleden Voordewind en Slob (ChristenUnie) hadden een motie ingediend om de maatregel te verlengen om de bouw langer te stimuleren. De sector blijft immers achter bij het (voorzichtige) herstel van de economie. Alleen SGP en PvdA steunden de motie, aldus meldt Aedes vandaag, de branchevereniging van woningcorporaties. Het kabinet heeft altijd het tijdelijke karakter van de maatregel benadrukt. Op basis van een uitspraak van minister de Jager kan de motie wel bij de behandeling van de Woonvisie van minister Donner worden betrokken.
Deze week is het nieuwe Materia Inspiration Centre (MIC) in Amsterdam officieel geopend. In het gebouw aan de Pedro de Medinalaan 1b te IJburg staan inspiratie en kennisuitwisseling op het gebied van innovatieve materialen en technieken centraal. De primaire doelgroep wordt gevormd door architecten, interieurontwerpers en stylisten. Het 1400 vierkante meter omvattende centrum biedt onder meer een uitgebreide collectie aan 'inspirerende' materialen en presentaties van geselecteerde partners. Daarnaast worden speciale thema-exposities, workshops en lezingen georganiseerd, alle gericht op het delen van kennis en inspiratie. Het MIC beschikt verder over een (materialen)bibliotheek, flexwerkplekken en een Materia-café. Inmiddels is ook de eerste expositie, 'Materia meets green', van start gegaan. Voorts bericht Partners in Design met haar merken Amtico, Spacia, Infloor en Girloon deel te zullen nemen in het MIC. Meer informatie: www.materia.nl. 

Het bedrijf Ossfloor, werkzaam als loonwerker in het printen en verven van tapijt, heeft vandaag bij de rechtbank in Den Bosch haar faillissement aangevraagd. Het faillissement is vooral te wijten aan een sterk teruglopende vraag in het segment van geprint tapijt. In combinatie met een overcapaciteit in de tapijtindustrie heeft dit bij Ossfloor in de voorbije periode geleid tot grote rentabiliteits- en liquiditeitsproblemen, aldus een persbericht van dit onderdeel van de Condor-groep uit Hasselt. Door het faillissement verliezen 39 werknemers hun baan. Ossfloor heeft sinds het jaar 2005 te maken met aanhoudende en aanzienlijke verliezen. Sindsdien zijn meerdere reorganisaties doorgevoerd en is samenwerking met andere partijen gezocht, welke eind 2008 is geëindigd. Ossfloor heeft op dat moment, als loonwerker voor derden, een doorstart gemaakt als zelfstandig productiebedrijf. De reeds jaren gestaag krimpende vraag naar tapijt is als gevolg van het economische klimaat verder verslechterd, waardoor Ossfloor medio 2010 een nieuwe saneringsronde moest doorvoeren. Fors gestegen prijzen, van de sterk olie-gerelateerde grondstoffen, konden bij de dalende vraag niet voldoende worden doorberekend aan de markt, waardoor verdere verliezen en liquiditeitsproblemen uiteindelijk een herstel van de rentabiliteit onmogelijk maakten, zo besluit het persbericht.
Terugkijkend op 2010 stelt Steve Evers, directeur formules bij Euretco, vast dat het (ook) voor Decorette allerminst een goed jaar is geweest. In het zojuist gepubliceerde Jaarverlag 2010 van de retailserviceorganisatie laat Evers optekenen dat de branche nog volop in de verklarende modus zit, terwijl actie is geboden. Dat gold volgens hem ook bij Decorette. Reden waarom de directeur het met deze formule anders wil gaan doen. Evers pleit voor een cultuuromslag voor Decorette. De nadruk moet daarbij liggen op het element prijs. "Onze naamsbekendheid is prima, daar ligt het niet aan. Maar we positioneren ons temidden van concurrenten die wel uitdragen waar ze voor staan. Anno 2011 kijkt de consument naar prijs. En daarin hebben we ons nooit echt laten zien." Een nieuwe reclamecampagne, die sinds begin 2011 loopt, gaat de inhaalslag ondersteunen. "Die prijscampagne is prioriteit nummer één om bezoekers te trekken. Vandaar dat we ook even geen uitbreiding van het aantal filialen in de planning hebben staan," aldus Evers. In het vloerenassortiment van Decorette bevinden zich laminaat, lamelparket, karpetten en tapijt, linoleum, vinyl en pvc. 



Hillfloor brengt een nieuw concept Jabo op de markt. "Door een aantal factoren werd de merknaam Jabo al jaren niet meer gebruikt. Terwijl de naam onder een grote doelgroep nog springlevend is. Dit was de aanleiding voor Hillfloor om deze merknaam Europees te registreren," aldus het Genemuider bedrijf. Binnen het Jabo-concept worden drie productlijnen gepresenteerd: Jabo Wool, Jabo Sisal en Jabo Carpets. De voorbereidingen zijn naar eigen zeggen in volle gang. De collectie wordt nu samengesteld en het presentatiemateriaal is al in een vergevorderd stadium. Over ongeveer twee maanden wordt het nieuwe concept nationaal en internationaal geherintroduceerd. Hillfloor zegt dat Jabo perfect past in zijn toekomstvisie, naast de al bestaande concepten Van Besouw Tapijt en Therdex PVC vloeren.
Op woensdag 8 en donderdag 9 juni a.s. vindt in het industriële complex van Tour&Taxis, in hartje Brussel, het nieuwe evenement 'ContRact' plaats. De beurs mikt op het samenbrengen van partijen die actief zijn op de projectmarkt van de Benelux en is een gezamenlijk initiatief van de Meubelbeurs Brussel en van Textirama, bekend van onder meer Intirio. De organisatie zegt dat de exposanten zijn geselecteerd op basis van hun 'gevestigde reputatie' in de projectmarkt. Bezoekers worden persoonlijk geïnviteerd, in samenspraak met de exposanten. Het aanbod is gefocust op de totale interieurinrichting van projecten, met zowel meubelen als textiel. Op de 63 namen tellende exposantenlijst bevinden zich onder andere BIC-Carpets, Perletta Carpets en The Rug Company. Meer informatie: www.contract-contact.be. 




Ruim driekwart van de consumenten is bereid meubelen aan te schaffen via Marktplaats (79 procent). Ook voor de aanschaf van raamdecoratie (70 procent), houten vloerplanken (69 procent) en laminaat (63 procent) staan de consumenten open voor aankopen via Marktplaats. Indien onderscheid wordt gemaakt tussen de aanschaf van tweedehands en nieuwe producten, blijkt dat het merendeel van de consumenten die bereid zijn meubelen aan te schaffen via Marktplaats, open staat voor de aanschaf van tweedehands meubelen (64 procent). De bereidheid om tweedehands raamdecoratie (41 procent), houten vloerplanken (45 procent) en laminaat (28 procent) aan te schaffen via Marktplaats is beduidend lager. Dit blijkt uit het WoonOmnibus-onderzoek van USP Marketing Consultancy (Business Unit DHZ) dat begin april is uitgevoerd onder circa 500 consumenten.
Kvadrat kondigt de overname van de Nederlandse karpettenmaker Danskina BV aan. De Deense specialist in designtextiel wil met de aankoop zijn merknaam versterken en een breder gamma producten afzetten op de internationale retailmarkten. Anders Byriel, CEO van Kvadrat, roemt Danskina's 'baanbrekende' ontwerpen en oriëntatie op het vervaardigen van eigentijdse vloerkleden van hoge kwaliteit. "Wij zien een groot potentieel in het merk Danskina en verheugen ons op de ontwikkeling van de collectie en de uitbreiding van de internationale aanwezigheid van het bedrijf." Deze week hebben de partijen een intentieverklaring getekend met betrekking tot de overname door Kvadrat en verwachten de transactie medio juni te voltooien. Danskina werd in 1973 opgericht in Bergeijk door Piet en Ina van Eijken. "In de nauwe, sinds 1973 bestaande samenwerking met Kvadrat, hebben we elkaar geïnspireerd en vanaf dat moment elkaars waarden gedeeld. Het is dan ook een groot genoegen om het roer over te geven aan mijn Deense vrienden," aldus Piet van Eijken.
De omzet van winkels in non-foodartikelen was in het eerste kwartaal gelijk aan die in dezelfde periode van 2010, zo blijkt uit cijfers van het CBS. De prijs pluste 0,4 procent, het volume kromp evenveel. Daarmee is dus geen sprake van herstel in deze sector. Binnen de non-foodsector boekten doe-het-zelfwinkels (+2,4 procent) en winkels in huishoudelijke artikelen (+3,0 procent) meer omzet in het afgelopen kwartaal. Textielsupermarkten (-5,0 procent) en winkels in woninginrichting (-1,7 procent) behaalden juist minder omzet. De woninginrichters (verkopers van meubels, woningtextiel, verlichtingsartikelen en vloerbedekking) 'scoorden' in maart een min van 3,5 procent.
Na een tweetal 'zware' jaren, bracht 2010 een 'voorzichtige kentering' voor de Belgische textiel-, hout- en meubelindustrie. De omzet van alle sectoren bij elkaar dikte vorig jaar 5 procent aan tot een totaal van 11,2 miljard euro. "Dit is echter eerder het gevolg van de scherpe stijging van de grondstoffenprijzen die gedeeltelijk werden doorgerekend. In volume bleef de productie quasi ongewijzigd op het lage niveau van 2009. De economische crisis is in onze sectoren dan ook nog niet voorbij," aldus Fa Quix, directeur-generaal van Fedustria, ter gelegenheid van de Algemene Vergadering van de beroepsorganisatie van vandaag. 
De vereniging van Europese laminaatfabrikanten EPLF lijkt er absoluut niet van overtuigd dat de 'Wood-Fibre-Technologie' binnen tien jaar de laminaatvloer volledig van de markt verdrongen zal hebben. Darko Pervan, CEO van Välinge, de ontwikkelaar van de poedertechnologie en de Wood Fibre Floors, zocht afgelopen maand de publiciteit met die gedurfde voorspelling. De EPLF laat weten 'sceptisch' tegenover dergelijke uitspraken te staan en wat EPLF-voorzitter Ludger Schindler betreft is de door de Zweedse productontwikkelaar voorziene ontwikkeling (zonder overigens Välinge bij naam te noemen) zelfs 'onrealistisch'. Dr. Theo Smet, hoofd van de werkgroep Techniek bij de EPLF, vindt de nieuwe technologie 'in beginsel interessant', maar hij is ook van mening dat die nog 'in de kinderschoenen' staat. In ieder geval zou nog lang geen sprake zijn van een 'volwassen' innovatie. De technische deskundigen van de EPLF gaan er in wezen van uit dat met de Wood-Fibre-Technologie een nieuwe, aparte productgroep kan ontstaan, die omwille van zijn karakteristieken evenwel niet tot de laminaatvloeren en het daarbij behorende stelsel van normen en standaarden gerekend mag worden. De EPLF ziet een mogelijke toepassing van op Wood-Fibre-Technologie stoelende producten eerder in het lage prijssegment en wellicht bij de niet-houtidentieke decors. (Zie ook Nieuws van 22-04-2011).
Het Amerikaanse vloerenconcern Mohawk Industries heeft met een omzet van 1,34 miljard dollar (circa 930 miljoen euro) in het voorbije eerste kwartaal ongeveer gelijkgespeeld ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Belangrijker wellicht nog is dat CEO Jeffrey Lorberbaum ervan uit gaat dat de markt in de rest van het jaar meer en meer gaat aantrekken. In de Verenigde Staten verwacht de topman onder meer dat het aantal renovaties op de zakelijke en particuliere markten hoger zal komen te liggen dan vorig jaar het geval was en dat de huizenverkopen herstel gaan laten zien. De netto-omzet van het vooral in Noord-Amerika actieve Mohawk-segment (alle vloertypes) daalde in het eerste kwartaal met 3,5 procent, waarbij de zakelijke sector verbetering liet zien maar de residentiële categorie achterbleef. De orders voor residentiële producten uit het Mohawk-segment zijn aan het einde van het eerste kwartaal evenwel weer aangetrokken, en dat hield aan in april. Voor de zakelijke tak was er een aanzienlijke groei bij de tapijttegelproducten en de onderneming ziet ook de hospitality-markt na jaren weer aantrekken. Het in Noord-Amerika en Europa actieve Unilin-segment (vloeren, daksystemen en plaatmateriaal) boekte circa 7 procent meer omzet in de eerste drie maanden van dit jaar. De verkoop van de meeste producten in Europa liet een plus zien, terwijl de Amerikaanse markten moeilijk bleven, maar wel verbetering toonden. De marges in het Unilin-segment stonden volgens het concern onder druk door de 'escalerende' kosten van grondstoffen, die op een hoger niveau lagen dan de door het bedrijf zelf doorgevoerde prijsverhogingen.
Een poging van de Nepalese overheid om een collectief tapijtmerk van de grond te krijgen is vooralsnog stukgelopen op ogenschijnlijk tegengestelde belangen tussen exporteurs en fabrikanten. De regering had aangedrongen op een collectief merk om de uitvoer van Nepalees tapijt uit de al geruime tijd aanhoudende malaise te trekken. Een door de overheid aangestelde stuurgroep oordeelde dat het ook van belang was om een regulerend lichaam aan te stellen, dat toezicht zou houden op de tapijtnijverheid en voor handelsbevordering zou zorgen in potentiële afzetgebieden voor handgeknoopte tapijten uit Nepal. De invoering van het collectieve merk is voor veel ondernemers in de Nepalese tapijtbranche blijkbaar lastig te aanvaarden. Daar komt bij dat zowel tapijtproducenten, wolproducenten, tapijtexporteurs, handgeknoopte tapijtexporteurs en machinaal gemaakte tapijtexporteurs hun eigen belangenverenigingen hebben.