Online aankoop bouwmateriaal gering
De afgelopen jaren hebben nog maar weinig consumenten online klus- of bouwmaterialen gekocht. Zij willen producten nog altijd eerst in het echt zien of direct na aankoop kunnen gebruiken, dus zonder enige levertijd. Ruim een kwart van de consumenten overweegt de komende twee jaar niettemin dergelijke producten online aan te schaffen. Gezien de ontwikkeling in andere branches kan online winkelen ook voor klus- en bouwmateriaal vaste voet aan de grond krijgen. Dit blijkt uit onderzoek van WoonKennis. In dit onderzoek kregen consumenten vragen voorgelegd over het (online) aankopen van producten of materialen die zij nodig hebben bij het klussen of het verbouwen van hun huis. In deze brede definitie passen, naast gereedschap en bouwmaterialen, ook vloeren, aldus leert navraag bij WoonKennis. Sinds de opkomst van webshops is, zoals bekend, het aandeel online winkelen in de totale bestedingen van de consument flink gegroeid. De online verkoop van bouwmaterialen staat echter nog altijd in de kinderschoenen. In de afgelopen drie jaar heeft gemiddeld 13 procent klus- of bouwmaterialen online gekocht, ervaren klussers overigens aanzienlijk vaker dan niet-klussers. Gemiddeld 85 procent van de consumenten heeft de afgelopen drie jaar geen klusmateriaal online aangeschaft en voor de komende twee jaar geven zes op de tien consumenten aan dit ook niet te zullen doen. Consumenten die wel van plan zijn om klusproducten te gaan kopen, maar niet online, willen hun aankoop vooral in het echt zien. Acht van de tien geven dat als reden. "Ondanks alle technologische verbeteringen is de beleving van klusproducten online dus nog niet hetzelfde als bij het vasthouden van een product," zo stelt Woonkennis. Gemiddeld 38 procent wil een product direct kunnen gebruiken, terwijl 28 procent persoonlijk advies wil.
Het grootste deel van de consumenten heeft dus geen plannen om binnen twee jaar online klusmateriaal aan te schaffen. Slechts 3 procent geeft aan dit zeker wél te zullen doen. Ruim een kwart zegt misschien binnen twee jaar online klusmateriaal aan te schaffen. Van de consumenten die zeker of misschien klusproducten online willen aanschaffen, wil 53 procent online kopen omdat dit goedkoper zou zijn, 49 procent wil ook buiten kantoortijden producten kunnen kopen, terwijl 35 procent grote of zware producten nodig heeft, waarbij thuisbezorgen makkelijker is.
De uitdaging voor fabrikanten en handelaren met een webshop ligt volgens WoonKennis bij het overtuigen van de 'zwevende' kopers en kopers die nu nog niet bereid zijn online te winkelen. Hierbij kan veel geleerd worden van branches die een voorsprong hebben op het gebied van e-commerce, zoals kleding of schoenen. De markt voor klus- en bouwmaterialen is weliswaar niet één-op-één te vergelijken met deze branches, maar volgens de onderzoekers is het zeer waarschijnlijk dat hier de komende jaren in grote lijnen eenzelfde ontwikkeling zal plaatsvinden. WoonKennis: "Fabrikanten en handelaren van kleding, fietsen en schoenen spelen efficiënt in op de voordelen van internet en beperken tegelijkertijd de nadelen zo goed mogelijk. Denk aan gratis retourzendingen en uitgebreide productweergave. Hierdoor is de drempel van online winkelen sterk gekrompen."
De verwachting dat online winkelen ook gebruikelijker wordt in de markt voor klus- en bouwmateriaal wordt versterkt doordat het online aanbod in deze branche nog steeds toeneemt. "Deze aanbieders zijn bovendien steeds beter in staat het vertrouwen van consumenten te winnen en de beleving van online shoppen verder te verbeteren door technologische ontwikkelingen, meer specialisatie, betere zoekmogelijkheden, 24-uurs levering en consumer ratings & reviews," aldus besluit WoonKennis. (Zie ook het nieuwsbericht 'Aankoop interieurproducten in beeld' van 30-09-2011).
(Vloerenplein/WoonKennis, 27-02-2012)










Duitse consumenten die thuis een kurkvloer hebben liggen, zijn daar in de regel bijzonder content mee. Negen van de tien gebruikers zouden anderen zelfs zonder meer deze vloerbedekking aanraden. Dit blijkt uit een afgelopen maand gepubliceerd marktonderzoek dat het Deutscher Kork-Verband (DKV), dat bij onze oosterburen de kurkaanbieders verenigt, door een onafhankelijk bureau heeft laten uitvoeren. Ongeacht een daadwerkelijke koopintentie, zou 23 procent van de respondenten overwegen om kurkvloeren aan te schaffen. Wat het DKV betreft wordt met deze cijfers een enorm potentieel onthuld, uitgaande van een totale afzet van vloerbedekking in Duitsland ter waarde van ongeveer 3 miljard euro in de komende twaalf maanden. Jaarlijks wordt in Duitsland nu circa 5 miljoen vierkante meter kurkvloeren gelegd. 

Van Besouw stuurt bericht dat zijn designteam - met de introductie van een nieuwe projectcollectie genaamd PREM.6 - er in geslaagd is om de 'circle of carpetlife' rond te maken. Wat de fabrikant uit Genemuiden simpelweg betitelt als 'het nieuwe tapijt', is een kamerbreed tapijt uit honderd procent polyamide PA.6, wat eveneens voor de volle honderd procent 're-usable', ofwel herbruikbaar is. De letters PREM staan voor 'Product', 'Re-Usable', 'Environment' en 'Multi Applicable'. Van Besouw stelt dat de gepatenteerde productiewijze 'totaal anders' is dan de conventionele. "Pool en rug worden niet aan elkaar gelijmd maar gesmolten. Deze nieuwe productiemethode heeft veel voordelen. In de eerste plaats voor het milieu, maar ook voor de verwerking. Het tapijt weegt namelijk ook nog eens 40 procent minder." In dat percentage zit eveneens winst voor het milieu, want dit betekent 40 procent minder grondstoffen en geen latex, lijm en dergelijke. Van Besouw gebruikt verder zoveel mogelijk 'Econyl'-garens. Deze garens zijn gemaakt van polyamide dat al eens voor een ander doeleinde is gebruikt, zoals voor visnetten, stoelen of kleding. Onderdeel van het kringloopconcept is ook een 'take back'-programma om eigen snijafval en elders gebruikt materiaal weer in het productieproces terug te brengen. Dat laatste wil zeggen dat snijafval dat retour komt van projecten en gebruikt tapijt dat wordt teruggenomen, opnieuw wordt verwerkt tot garens. Vanaf begin dit jaar is Van Besouw gestart met vier getufte kwaliteiten die honderd procent 're-usable' zijn: de nummers 2601, 2602, 2603 (alle negen kleuren) en 2604 (15 kleuren).
De vereniging van Europese laminaatfabrikanten EPLF heeft onlangs marktonderzoek gedaan in Duitsland, Frankrijk en Polen, waarbij (naast consumenten) ook architecten aan de tand zijn gevoeld. Eén van de conclusies is wat EPLF betreft dat laminaatvloeren bij architecten weliswaar niet zo populair zijn als bij consumenten, maar dankzij een betere informatievoorziening bij die doelgroep wel aan acceptatie hebben gewonnen. De architecten die aan het onderzoek deelnamen, hebben overigens niet alleen ruime ervaring met projectinrichting, maar ook met particuliere woningen en kantoorgebouwen. Architecten in Duitsland en Frankrijk oriënteren zich voor een aankoop in de eerste plaats aan de hand van originele monsters en stalenmappen. Voor Polen daarentegen spelen referentieprojecten een doorslaggevende rol. Gesprekken met collega's, planners en interieurinrichters zijn daarnaast van belang. De wens om op de hoogte te zijn van het totale vloerenaanbod is bij architecten aanzienlijk sterker aanwezig dan bij consumenten, zo stelt de EPLF in dit verband nog vast.
Voor mensen in de wooonbranche die inmiddels menen toe te zijn aan verkoopondersteuning via een onlinemedium, is er nu Kenjeklant.nl. De website, die voortborduurt op de Klantenatlas van tien jaar geleden, geeft inzicht in de verschillende manieren waarop klanten hun interieur beleven en hoe een ondernemer daar met zijn inrichting, assortiment en verkoop optimaal op in kan spelen. Of het nu gaat om een meubelzaak, parketwinkel, slaapspeciaalzaak, keukenwinkel of woninginrichter, de methode van Kenjeklant.nl is op elk segment van toepassing. De website gaat aan de slag met vier leefwerelden waarin zich zes klantentypes bevinden en acht verschillende woonstijlen. Ook de consument kan nu online een woonstijltest doen. Kenjeklant.nl is een activiteit van de Commissie voor de Detailhandel in Wonen van het HBD. 
Winkels in woninginrichtingartikelen (meubels, woningtextiel, verlichtingsartikelen en vloerbedekking) hebben de laatste maand van 2011 afgesloten met een omzetkrimpje van 1,2 procent. Hun scores voor het vierde kwartaal en het jaar als geheel zijn daarmee ook bekend: respectievelijk minus 4,2 en minus 2,8 procent. Dit blijkt uit cijfers van het CBS. Gemiddeld boekte de Nederlandse detailhandel in 2011 een omzetgroei van 1,0 procent. In alle kwartalen was sprake van hogere prijzen en een kleiner volume. Daarbij nam in de eerste helft van het jaar de omzet licht toe, terwijl in de laatste twee kwartalen de groei nog maar zeer beperkt was. Winkels in non-foodartikelen leverden over het gehele jaar 1,0 procent aan omzet in, bij een volumedaling van 2,1 procent en een prijsstijging van 1,1 procent. Postorderbedrijven en internetwinkels wonnen vorig jaar 4,7 procent omzet (maar in 2010 nog 14,6 procent). 
Tapijtfabrikant Desso speelt een prominente rol in een meetellend nieuw onderzoek, getiteld 'Towards the Circular Economy: Economic and business rationale for an accelerated transition'. In het rapport, zojuist gelanceerd op het Wereld Economisch Forum in Davos, valt te lezen dat bedrijven in de EU jaarlijks tot wel 475 miljard euro kunnen besparen door over te stappen op de 'circulaire economie'. Een circulaire economie gaat uit van een industrieel bedrijfsmodel dat zich richt op herstel en recycling. Het concept van 'afdanken' maakt daarin plaats voor 'herstellen'. Ook bevordert het model een verschuiving naar het gebruik van duurzame energie, naast het uitschakelen van toxische chemicaliën (die hergebruik in de weg staan) en het uitbannen van afval (door een uitgekiend ontwerp van materialen, producten en systemen in te zetten). De conclusie van het onderzoek is dat de huidige schaarste aan grondstoffen, in combinatie met de voorspelde stijging van de vraag (vanwege de miljarden nieuwe consumenten in de nieuwe middenklassen van de opkomende economieën) betekent dat de tijd rijp is voor een verandering van de lineaire economie ('nemen, verwerken en weggooien') naar een circulaire economie. 



Unilin, dochterbedrijf van Mohawk en fabrikant van onder meer Quick-Step, heeft recentelijk in een ontmoeting met de Belgische pers een aantal plannen voor de nabije toekomst toegelicht. Zo wordt naast de hoofdvestiging in Wielsbeke een nieuwe fabriek gebouwd voor LVT-vloeren. De vinyltegels zullen op de markt komen onder de merknaam Quick-Step. "We geloven gewoon dat we hier als Unilin een verschil kunnen maken. Vandaag wordt 95 procent van de vinyltegels in China gemaakt. Door kleine fabrikanten, vaak met handenarbeid. Door het hier te maken, met onze kennis van design en kwaliteit, op een industriële manier - dus met minder loonkosten - kunnen wij beter bieden," zo stelt Paul De Cock, hoofd van de vloerendivisie, in een interview met dagblad De Tijd. Verder zijn de Vlamingen in gesprek met een Braziliaanse laminaatproducent om van daaruit de Zuid-Amerikaanse markt open te leggen voor Quick-Step laminaat. En in Rusland zal het bestaande assortiment Quick-Step laminaat worden uitgebreid met parket, ten behoeve van een koopkrachtige doelgroep. Verder gaat Unilin zijn vorig jaar al aangekondigde klikmeubelen lanceren.
Het Forbo-concern laat vanuit Zwitserland weten dat meerdere partijen belangstelling hebben getoond voor een overname van het Bonding Systems-onderdeel bouw- en constructielijmen (bekend van Eurocol). Forbo zal de komende maanden met deze partijen in gesprek gaan over een mogelijke verkoop. Afgelopen december kondigde Forbo de verkoop aan van het Bonding Systems-onderdeel industriële lijmen, met inbegrip van de synthetische polymeren, aan het Amerikaanse H.B. Fuller, voor een bedrag van omgerekend ruim 300 miljoen euro. De bouw- en constructielijmen vielen buiten deze overeenkomst, maar Forbo liet weten ook voor dit segment uiteenlopende 'strategische opties' te onderzoeken. Afgezien van een verkoop, behoren ook de verdere ontwikkeling op zelfstandige basis of partnerschappen met andere industriële spelers nog tot de mogelijkheden. De gesprekken over een verkoop zijn nog in een vroeg stadium en het resultaat is nog volledig open, zo benadrukt het concern. Het segment bouw- en constructielijmen boekte vorig jaar een omzet van omgerekend zo'n 88 miljoen euro. De uitvoering van de transactie met H.B. Fuller zal zoals verwacht komende maand plaatsvinden. (Zie ook Nieuws van 23-12-2011). 


Balterio voert een netwerk van 'Authorised Dealers' in ons land in. Vanaf dinsdag 7 februari a.s. wordt het Balterio-merk in Nederland enkel nog verkocht via dit dealernetwerk. "Interactieve point-of-sale, een volwaardige presentatie en instore communicatie via een fysiek winkelpunt met kwaliteitsvolle en duurzame uitstraling, zijn voorwaarden die wij aan onze dealers hebben gesteld. Alleen op deze manier kan de eindgebruiker het Balterio laminaat zien, voelen, beoordelen en beleven om zo tot de juiste keuze te komen," aldus een kloekmoedig statement van de laminaatvloerenmaker uit het Vlaamse Sint-Baafs-Vijve, die verder belooft dat iedere dealer het meest actuele Balterio-productaanbod heeft staan. Ander nieuws van Balterio is dat zijn nieuwe fold-down-installatiesysteem PXP [PressXpress] tijdens de Wood Flooring Summit op de voorbije Domotex is bekroond met een 'Innovation Award'.
Carpetright heeft in het derde kwartaal van zijn boekjaar een lichte vooruitgang geboekt buiten zijn Britse thuismarkt. De winkels in Nederland, België en Ierland, voorzover langer dan een jaar geopend, wisten in de twaalf weken tot aan 21 januari jl. 0,3 procent meer om te zetten. De totale omzet van alle winkels in 'de rest van Europa' (92 in Nederland, 28 in België en 20 in Ierland) daalde 0,1 procent in lokale munten. "We zijn verheugd dat de maatregelen die we doorgevoerd hebben in de activiteiten in de rest van Europa nu een groei opleveren van de 'like-for-like'-verkopen en een verbetering van de winstgevendheid. We zijn in het bijzonder content met het succes van het herstelplan in de Ierse republiek," aldus hoogste baas Lord Harris. 
"Wij denken dat we in West-Europa in een milde recessie zitten waarvan het dieptepunt misschien nu al wel achter ons ligt. Stap voor stap denken we uit de recessie te geraken zodat er nog vóór de zomer duidelijke tekenen van heropleving in onze productiecijfers weerspiegeld zullen kunnen worden." Die optimistische woorden sprak Fa Quix, directeur-generaal van Fedustria, vandaag op een persconferentie van de beroepsorganisatie van de Belgische textiel-, hout- en meubelfabrikanten tijdens vakbeurs Intirio te Gent. "De consument kan zijn bestedingen niet blijven uitstellen en we zien nu hier en daar al een licht herstel van het consumentenvertrouwen. Bovendien speelt de verzwakkende euro in het voordeel van onze exporterende industrie terwijl dit onze dollarconcurrentie wat duurder maakt." Volgens de voorman van de federatie, die op Intirio natuurlijk een beetje voor eigen parochie preekt, hebben de Belgische bedrijven in de interieursector zich bovendien goed gepositioneerd voor 2012 dankzij productie-efficiëntie, productinnovatie en 'excellente' service, en zouden er nog talrijke mogelijkheden zijn om te groeien door bijvoorbeeld inspanningen op het gebied van marketing, duurzaamheid, eco-design of maatschappelijk verantwoord ondernemen.
In de Brabanthallen te Den Bosch vindt van 6 t/m 8 maart a.s. Renovatie 2012 plaats. Organisator VNU Exhibitions typeert het evenement als 'de nationale vakbeurs voor duurzame vernieuwing in de bouw' en mikt daarbij op een brede doelgroep, die activiteiten ontplooit in dit momenteel (wel) goed draaiende segment van de bouw. De beurs is speciaal ontwikkeld voor niet alleen woningcorporaties, vve-bestuurders, projectontwikkelaars en gemeenten, maar ook voor architecten, zzp'ers, klussenbedrijven, facility-managers, adviesbureaus, aannemersbedrijven en uitvoerende bouw. Tot de aandachtsgebieden behoren vernieuwende renovatieconcepten en materialen, efficiënte onderhoudssystemen, planmatig gebouwbeheer, exposities over componentenrenovatie en studiemiddagen en congressen. Het centrale thema van Renovatie 2012 is overigens Need for Speed, vanuit de gedachte dat de markt - door toenemende druk en minder personeel - om snelheid vraagt in de voorbereiding, regelgeving en uitvoer.
De bouwmarkt is de grootste inspiratiebron voor de uitvoering van decoratieve klussen, voor constructieve klussen doen de meeste consumenten inspiratie op via internet. Daarnaast doen consumenten voor de uitvoering van constructieve klussen ook regelmatig inspiratie op in speciaalzaken en via professionals. Voor de keuze van een professional wordt met name de kennissenkring geraadpleegd, maar ook in dit keuzeproces zien consumenten het internet, de bouwmarkt en de speciaalzaak als waardevolle informatiebronnen. Dit blijkt uit het WoonOmnibus onderzoek van USP Marketing Consultancy dat eind 2011 is uitgevoerd onder circa 400 consumenten. Tot de antwoordmogelijkheden op de vraag wat de laatste klus of verbouwing in huis was, behoorde ook het leggen van vloerbedekking (bv. parket, laminaat, tapijt).